Verkiezingsprogramma 2026
MAATGEVEND ONDERSCHEIDEND
Verkiezingsprogramma 2016
INLEIDING
WAD’N PARTIJ Harlingen (WPH)
Wij zijn een lokale partij die sinds 2014 in de Gemeenteraad zit, eerst 8 jaar met 1 zetel, sinds 2022 met 2.
Zonder borstklopperij, want wij maken ook fouten, durven we te zeggen dat we een nuttige en misschien zelfs wel noodzakelijk bijdrage leveren aan het raadswerk. Wat we gedaan en bereikt hebben hebben we een jaar geleden verwoord in enkele grote advertenties in de Harlinger Courant.
Laten we een ding duidelijk maken: In tegenstelling tot ideeen die hier en daar lijken te leven gaan wij als lokale partij niet alleen over losse stoeptegels en ander klein ongerief. Wij hebben juist duidelijke en vaak opvallende opvattingen over de grote zaken die in Harlingen spelen.
Vaak wordt gesuggereerd dat lokale partijen geen mening moeten hebben over zaken die gemeente overstijgend zijn. Daarmee zijn wij het dus apert oneens. Het maakt het (politieke) leven niet makkelijker, maar juist door ook opvattingen te hebben over nationale en internationale kwesties laten we zien vanuit welke achtergrond, welk wereldbeeld, wij in de wereld, en dus ook in Harlingen, staan. Met een groot woord, een visie op de wereld van waaruit wij ook de zaken in Harlingen benaderen. In het algemeen, maar zeker ook concreet. (Inter)nationale kwesties dringen namelijk ook in de gemeenten door. Denk aan woningnood, immigratie, energie enz.
Goed. Het verkiezingstijd dus worden er weer mooie beloftes gedaan. De ene partij belooft nog meer huizen te bouwen dan de andere. De wat ouderen onder u kennen het Feijenoord-lied nog wel: Geen woorden maar daden? Serieus, vraagt u zich bij die beloftes ook wel eens af waarom die huizen dan niet simpelweg gebouwd zijn na de vorige verkiezingen, toen ze ook beloofd werden? De woningnood is alleen maar groter geworden.
Wij beloven maar een ding: dat we ons zullen inzetten, ons uiterste best zullen doen, zoals we al jaren doen. Verder geen borstklopperij van wat we allemaal wel even zullen doen. Nou ja, een dingetje dan: we zullen de politiek in het algemeen en het college in het bijzonder uiterst kritisch blijven volgen. Niet omdat we dat perse zo leuk vinden, maar omdat het onze taak is als raadsfractie. In het belang van Harlingen. Daarmee bedoelen we uiteraard de gemeente, incl. de dorpen.
WERK, INKOMEN EN KOOPKRACHT
De laatste jaren zijn de burgers van Nederland geconfronteerd met harde aanvallen op hun koopkracht: hogere BTW, hogere prijzen voor boodschappen, mede, maar niet alleen, door die BTW, steeds hogere energiekosten, hogere huren, giga hogere kosten voor werkzaamheden in en om het huis, duurdere horeca, duurdere vakanties, enz. Dat is deels gecompenseerd met hogere bruto salarissen. Maar aan dat laatste komt een eind. En er is een valkuil. We leggen het in toenemende mate toch al af tegen landen als China en India, maar hogere bruto loonkosten voor het bedrijfsleven maken NL nog duurder, oftewel, ze tasten onze concurrentiekracht en dus op termijn onze welvaart aan. En met de plannen van de nieuwe regering kan dat de komende jaren nog erger worden. Dat beleid gaat over de hoofden van gemeenten heen. Jammer maar helaas. Moeten gemeenten dan alleen maar een beetje meedeinen? Nee, bij alles wat de gemeente doet - of niet doet - moet de afweging gemaakt worden: wat levert deze uitgave de burger op, of, is deze lastenverzwaring echt noodzakelijk?
Voorbeeldje. Het aantal Rijksambtenaren is de afgelopen ca. 8 jaar met zo’n 30% gestegen. Een kind snapt wat dat betekent voor de rijksuitgaven. Hoe zit dat bij de gemeente Harlingen? Een paar jaar geleden is besloten dat de kosten voor inhuur van personeel drastisch omlaag moest en dat er daarom meer mensen in vaste dienst genomen zouden worden. Wat zien we in de recente cijfers: het aantal ambtenaren is gestegen, maar de inhuur is gelijk gebleven. Dat verhaal klopt dus niet. Als je daar dan naar vraagt krijg je een antwoord dat eigenlijk op het volgende neerkomt: het had nog erger gekund. Klinkt niet erg overtuigend of vertrouwenwekkend.
Het wordt tijd dat in de jaarstukken en begrotingen standaard klip en klaar duidelijkheid wordt gegeven. Hoeveel ambtenaren (in fte en in aantal) in dienst en hoeveel inhuur en in welke functies en op welke afdelingen. Zodat we op z’n minst een basis hebben om te controleren en te oordelen of op z’n minst om gerichter vragen te kunnen stellen.
En dat gaat uiteindelijk om geld, en dus om lasten voor de burger.
Nog een voorbeeldje. Op de plek van de oude Aldi wordt een parkeerterrein aangelegd. Voor tijdelijk, kosten 4 ton. Terwijl het terrein voor minstens de helft al parkeerterrein was. Meeste kosten gaan dus zitten in aankleding. Voor tijdelijk, “Omdat het de entree van de stad is.”
Dit mag zo zijn, maar er zijn meer zaken die het beeld van de stad bepalen. Voor zowel burger als bezoeker. En bovendien waarschijnlijk structureler dan een tijdelijk parkeerterrein.
Zetten we dit tegenover de rest van de (binnen)stad. Zeer vele straten en stoepen liggen er ronduit slecht bij. In vele straten is de openbare verlichting zo beroerd dat je je nek zou breken als er geen lampjes bij een deel van de particuliere deuren zouden hangen.
Is dat aanpakken niet veel belangrijker dan de window-dressing van een tijdelijk parkeerterrein? Keuzes. In geld en in resultaten voor burgers en bezoekers.
Harlingen is gelukkig in lokale tarieven vergelijkenderwijs nog steeds goedkoop te noemen, al vindt er wel een soort inhaalslag plaats. Dat geeft niet perse want wij staren ons niet blind op wat iets kost, we vinden het veel belangrijker wat het oplevert. Dat vereist constante aandacht voor het begrip kosten-baten-analyse. Dat moet beter uit de verf komen, in het belang van de burger en zijn koopkracht.
PARKEREN, VERVOER EN VOORSTRAAT
Parkeerbeleid gaat niet over parkeren. Het is een middel tot een ander doel. Langparkeren heeft als doel het faciliteren en reguleren van het vele zgn. eilanderblik. Parkeren in de Voorstraat heeft als doel het faciliteren van de klanten van de winkeliers/ondernemers in de Voorstraat e.o. Parkeren bij evenementen heeft als doel het faciliteren van deelnemers en bezoekers van die evenementen. Enz. Eigen inwoners dienen daarbij zoveel als redelijk en logisch is te worden ontzien. Daarbij is faciliteren uiteraard niet hetzelfde als gratis. De hierboven geschetste logica is naar onze mening lang niet genoeg verwerkt in ons parkeerbeleid. De nieuw te ontwikkelen parkeervisie voor 2027 dient dit wel als uitgangspunt te nemen. Dit hebben we in de Raad al ettelijke malen naar voren gebracht, o.a. in het kader van de herinrichting van Voorstraat en Grote Bredeplaats. Voor de plannen met de Voorstraat betekent dit dat i.p.v. alles volledig voor heel veel geld op z’n kop te zetten er eerst bij wijze van proef deelstappen gezet moeten worden. Dus eerst een goed doordacht parkeer- en verkeersbeleid voordat je de helft van de parkeerplekken gaat verwijderen of de boel een deel van het jaar gaat afsluiten. Zo’n jaar of tien geleden is de Voorstraat ook al eens autoluw gemaakt en dat is snel teruggedraaid omdat het niet goed uitpakte. Hebben we daar niet iets van geleerd? De huidige plannen van het college zijn, deels letterlijk, in beton gegoten. Als al die betonnen verhogingen in de praktijk tegenvallen heb je ze niet zomaar weer opgeruimd. Groot denken kan soms prima met kleine stapjes uitgevoerd worden. Rekening houdend met overlast. Laat bewoners en ondernemers daarin meepraten, niet alleen een handjevol vertegenwoordigers. Het is immers vreemd dat er na het afronden van de plannen waaromheen veel participatie zou zijn geweest, toch nog verzet ontstaat. Dan gaat er toch ergens iets mis.
Grote vervoersproblemen zien wij in Harlingen niet echt. Vooral ook omdat er plannen in ontwikkeling zijn, zoals een nieuw ontsluiting van de langparkeerterreinen naar de noordkant. Kleinere knelpunten zijn er wel, zoals de Prinsenstraat. De situatie bij Kimswerda lijkt opgelost. De situatie bij de Aldi-rotonde wordt pas duidelijker als bekend is wat er uiteindelijk dan wel in het gebied naast de brandweerkazerne komt. Wij zijn heel benieuwd hoe de verkeerssituatie rond de Tsjerk Hiddessluizen zich straks in het seizoen gaat ontwikkelen. We houden het angstvallig in de gaten. Moderne ontwikkelingen in het afhandelen van bagage tussen P1,2,3 en Doeksen zien we ook nog niet. Geduld is een schone zaak.
We denken dat het fietsbeleid nog wel een inventarisatie kan gebruiken van de veiligheidsaspecten van het fietsverkeer, of het opsporen van knelpunten.
ENERGIE en MILIEU
Een van de hottest items van deze tijd, overal, dus ook lokaal, is energie.
Net als wonen is deze basisbehoefte (stroom, verwarming, brandstof) een recht. Niet een absoluut grondrecht, maar een recht waarvoor de overheid verantwoordelijk is dat het beschikbaar, betrouwbaar en betaalbaar is. En dat legt een vergaande inspanningsverplichting op de overheid. Daar wordt niet aan voldaan. Afgezien van externe factoren als oorlog, aardbevingen, wordt het grootste deel van de energiekosten bepaald door de belastingen en dus direct door de regering. Een overheid die vol meegevoel begint over energiearmoede plengt krokodilletranen. Een regering die dat wil kan morgen een einde maken aan de torenhoge energieprijzen, voor burgers en bedrijven en dus ook ten bate van onze economie, waar we uiteindelijk allemaal van moeten bestaan.
Achtereenvolgende regeringen verwarren energiebeleid al jaren met klimaatbeleid. Aan het klimaat kan Nederland niets doen (tenzij je een percentage van vier cijfers achter de komma “iets” vindt), maar energiebeleid en -transitie hebben we wel behoorlijk vergaand zelf in de hand. Dan moet je je wel focussen op energie en dat niet achterstellen bij inefficiente en onhaalbare zogenaamde klimaatdoelen. Als we de gigantische hoeveelheid miljarden die ook de nieuwe regering wil stoppen in klimaatdoelen zouden aanwenden voor energiedoelen dan is het in no time gedaan met netcongestie en de pan uitrijzende energierekeningen.
Dit is in de eerste plaats landelijke politiek, maar als gemeente hoeven we hier niet als kip zonder kop achteraan te rennen. Wij zijn van mening dat we ons moeten inspannen om de grenzen van de wet op te zoeken om lokale aanpassing en invulling te zoeken die ons niet in het landelijke drijfzand doen belanden.
Zet veel massaler in op energiebesparing, dat is goed voor ieders portemonnee en voor het milieu. Snelle en blijvende winst. Doe als gemeente voorlopig niet mee aan verdere electrificatie die de netcongestie van jaar op jaar verergert. Doe geen stappen om wijken of dorpen van het gas af te halen, terwijl elders in Europa nieuwe gascentrales gebouwd worden en wij het modernste gasnet ter wereld hebben. Verspil geen kostbare grond (voor woningbouw, landbouw of bedrijven) aan blauwzwarte zonnewoestijnen of stalen windmolenwouden.
Wij zijn op dit terrein niet deskundig, maar er zijn deskundigen die ons hierin kunnen leiden. Schakel die in en durf eigen gemeentelijke stappen te zetten.
En durf het voortouw te nemen naar een moderne energievoorziening.
Laten we de knuppel maar eens in het hoenderhok gooien: Sluit de Afvaloven, die nadert het einde van zijn economische levensduur. En onderzoek de bouw op die plek van een moderne electriciteitscentrale: een gesmolten zout reactor. Het wordt tijd om te durven, tijd om stappen te zetten. De over het algemeen loze verkiezingsslogan van D66 is uitgerekend hier echt van toepassing: Het kan wel. Harlingen meldt zich aan voor vooruitgang, voor een veilige, zekere, onafhankelijke en betaalbare energievoorziening. De Afvaloven stoot gevaarlijke, om niet te zeggen giftige, stoffen uit over de omgeving. Dat doet zo’n nieuwe energiecentrale niet. Zelfs geen CO2. Zo’n centrale als wij voorstellen draagt niet bij aan de opwarming van de aarde. Bovendien is hij veilig en levert nauwelijks afvalstoffen op. Ook dit in tegenstelling tot de Afvaloven waar uiteindelijk 20% van wat er in gaat als afval uitkomt. Los nog van wat de pijp uitstoot. De Afvaloven benadrukt de laatste jaren vooral dat ze groene energie levert. Maar het meeste daarvan gaat naar de zoutfabriek. Een gesmolten zout reactor daarentegen kan heel Friesland van stroom voorzien. Dat is andere koek. Geen woningbouwprojecten die niet van de grond komen omdat er geen stroom is. Geen bedrijven die niet kunnen uitbreiden of zelfs niet opgericht kunnen worden omdat er geen stroom is. En geen afhankelijkheid van Russisch of Amerikaans gas, of Arabische olie. Laten we als gemeente Harlingen het voortouw nemen. Laat hier een andere energiewind waaien. Zelfs op de klimaattop van de VN, afgelopen november in Brazilie, moest worden toegegeven dat al die theoretische klimaatdoelen voor 2030, 2040, 2050 volstrekt onrealistisch zijn en dat we na 2050 nog tientallen jaren niet volledig zonder fossiele brandstoffen kunnen. Er zijn zo langzamerhand nog maar twee hoofdsteden in de wereld die, ten koste van miljarden en opoffering van hun economie, door willen gaan op de huidige doodlopende weg: Den Haag en Londen. Laten we in Harlingen kiezen voor gezond verstand en kijken welke mogelijkheden er zijn om lokaal een andere weg in te slaan. En wel nu. Dan kan die energiecentrale over een jaartje of 10 opgestart worden om betrouwbare, goedkope stroom te gaan leveren.
WONEN
“In gelul kan je niet wonen.”
(Jan Schaeffer, PvdA-wethouder wonen, Amsterdam 1978-1986)
Een andere beroemde, bijna geniale, uitspraak van Schaeffer is: “Is dit beleid of is hierover nagedacht.”
Het is niet onredelijk om te stellen dat de situatie op de woningmarkt nu nog erger is dan toen Schaeffer zijn beroemde uitspraken deed. Toch wordt er nu nog veel meer gepraat dan gebouwd. En of de (niet) aanpak van de woningmarkt het gevolg is van voortdenderend beleid of van nadenken en dan verkeerde keuzes maken is ook niet bepaald duidelijk. De gevolgen zijn wel duidelijk: woningnood en torenhoge prijzen in zowel de koop- als de huurmarkt.
Een dak boven je hoofd is een recht. Maar geen absoluut recht. Met andere woorden je kunt niet naar de rechter stappen om te eisen dat de overheid je een huis geeft. Wat je wel van de overheid mag eisen is dat ze haar uiterste best doet om te zorgen voor een goed functionerende woningmarkt en voldoende woningbouw.
Jammer is dat de eerste verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de landelijke overheid en die schiet daarin al tientallen jaren tekort. De meeste landelijke politieke partijen zijn daarvoor medeverantwoordelijk. In de eerste plaats natuurlijk degenen die vaak deel uitmaken van regeringen.
Gemeenten kunnen niet al deze tekortkomingen corrigeren. Wat je wel van ze mag verlangen is dat ze de hoogste prioriteit geven aan het bevorderen en faciliteren van woningbouw en woningdistributie. Dit laatste dan natuurlijk voor sociale huurwoningen.
Wij zijn van mening dat er in Harlingen op dit vlak wel een tandje bij kan.
Is het dan niet mooi dat er op het Spaansenterrein binnenkort begonnen wordt met de bouw van 380 woningen? Zeker. Maar dat valt in de categorie beter laat dan nooit. Geen voorbeeld van urgent doorpakken. Volgens de oorspronkelijke bedoelingen had dat terrein tien jaar geleden al volgebouwd moeten zijn. Er zijn vervelende redenen geweest waarom dat niet gebeurd is, en het heeft geen zin daar nu nog op in te gaan, maar het blijft niet meer dan een inhaalslag.
Ludinga is bijna vol, maar op de aangrenzende woningbouwlocatie (het zogenaamde Art. 11 gebied) gebeurt nog altijd niets. We hebben ook niet bepaald de indruk dat de gemeente druk bezig is particulier opdrachtgeverschap op kleine of wat grotere locaties te stimuleren. Een alternatieve vorm als wonen op het water staat al jaren op verlanglijstjes, maar er gebeurt niets.
Om voldoende sociale huurwoningen beschikbaar te krijgen is het bouwen ervan niet alleen zaligmakend, en misschien zelfs wel niet in de eerste plaats. Hoge grondprijzen, hoge bouwkosten, tekort aan bouwvakkers, hogere rente dan een paar jaar geleden, het zit allemaal in de weg. Wat heel erg zou kunnen helpen is het verleiden van mensen die in een sociale huurwoning zitten om te gaan verhuizen naar de vrije sector. Dan komt er immers een woning vrij beschikbaar voor de mensen die de eigenlijke doelgroep zijn van sociale huur. Doorstroming dus. Mensen die wel wat kleiner willen gaan wonen, of luxer, of met een kleinere of geen tuin, noem maar op. Maar dan moet je die potentiele doorstromers wel wat te bieden hebben. En dat aanbod is er niet voldoende. Mensen gaan niet van een sociale huur van 700 Euro verhuizen naar een woning van 1200 Euro als ze daarvoor niet krijgen wat ze willen. Erger nog, als ze meer moeten gaan betalen voor minder woning. Dan blijven ze zitten en komt er geen sociale huurwoning vrij. Alleen steeds maar meer sociale huur bouwen is niet de oplossing en bovendien kostbaar. Zeker niet in Harlingen waar het percentage van dergelijke woningen al boven de landelijke norm ligt. Aantrekkelijk aanbod realiseren voor doorstromers is makkelijker te realiseren en levert en passent meer vrije sociale huur op. In plaats van steeds meer verstikkende regels (zoals de contraproductieve huurwet van voormalig minister Hugo de Jonge) is een liberalere woningmarkt noodzakelijk. D.i. landelijke politiek, maar de gemeente kan kijken welke maatregelen ze zelf kan nemen om doorstroming te bevorderen, zowel voor meteen als voor middellange termijn. De gemeente zou kunnen zoeken naar mogelijkheden om zelf oplossingsgericht te opereren, desnoods door geitepaadjes te bewandelen. Anders gezegd: zoek naar mogelijkheden die de wetgeving biedt in plaats van je te makkelijk neer te leggen bij beperkingen.
Veel draait om visie, durf, aanpakken in plaats van te roepen moeilijk, moeilijk, moeilijk. De gemeente is er voor haar inwoners en dat dient in alle beleid en handelingen zichtbaar te zijn.
ZORG
We hebben een enorme vergrijzing, niet in het minst in Harlingen. Dat wordt alleen maar erger totdat over ca. 20 jaar de babyboomgeneratie is uitgestorven. Anders gezegd, het is tijdelijk en dus beheersbaar. Maar dan moet je wel de juiste maatregelen nemen. In de eerste plaats landelijk, maar zeker ook lokaal. Op de regering hebben we helaas bitter weinig invloed, maar lokaal moeten we de komende 4 jaar nog maar eens heel goed kijken wat we kunnen doen. Daarbij ligt een enorme valkuil op de loer: dat we ouderenbeleid en -ondersteuning onderdeel gaan laten zijn van het sociaal domein en aan inkomenspolitiek gaan doen. Ten eerste is dat het terrein van “Den Haag” en ten tweede leidt het onherroepelijk tot nivellering. En van nivellering worden we met z’n allen niet welvarender, integendeel. Ter politieke linkerzijde schermt men graag met het pakken van de rijken (“de sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen”), maar juist die hebben veelal verhoudingsgewijs het minste last van nivellering. De negatieve gevolgen treffen juist, met een ouderwetse term, de gewone man, iedereen iets tot ruim boven het minimum. Die kant moeten we dus niet op, al helemaal niet als gemeente op eigen houtje.
Wie aan ouderenzorg denkt, denkt meteen aan de andere kant, de jeugdzorg. Niet om ze tegenover mekaar te zetten want op lange termijn zijn het twee kanten van dezelfde medaille.
De jeugdzorg is 10 jaar geleden door de regering op het bordje van de gemeenten gegooid, in de eerste plaats met bezuiniging als doel, met natuurlijk allemaal mooie woorden daaromheen. De jeugdzorg is er niet beter van geworden en van de bezuiniging is, en dan drukken we ons voorzichtig uit, niets terechtgekomen. Integendeel, de kosten zijn geexplodeerd. En dan te bedenken dat het aantal kinderen juist is afgenomen. Als we naar de aantallen kinderen en jeugdigen in de jeugdzorg kijken, kun je niet anders dan denken dat we op heden te maken hebben met de psychisch ongezondste generatie jongeren ooit in de geschiedenis. Dat is volgens ons flauwekul. Er is dus niet iets mis met onze jongeren, maar met het systeem. Zolang Den Haag daar geen verbetering in brengt zitten we er aan vast. Wat niet wil zeggen dat we helemaal niets kunnen. We zullen de komende 4 jaar meer dan de laatste jaren de randen van de wet moeten zoeken om de kosten te beperken en de zorg te verbeteren. Meer geld leidt niet automatisch tot betere zorg.
Al 15 jaar is de Afvaloven een smet op het blazoen van Harlingen.
Als Harlingen negatief in het nieuws kwam was dat bijna altijd door die Afvaloven. Aanhangers van de REC probeerden die negativiteit altijd in de schoenen te schuiven van de tegenstanders van de Afvaloven. Een vorm van shoot the messenger. Het is vergelijkbaar met een inbraakgolf in een gemeente. Degenen die aangifte doen bij de politie en vinden dat de overheid krachtiger moet optreden er de schuld van geven dat de gemeente door die inbraken negatief in de publiciteit komt. Niet de inbrekers krijgen dan de schuld, of een tekortschietende overheid (politie), maar de slachtoffers.
Wij waren vanaf dag 1 tegen de Afvaloven en zijn daarin niet gaan schuiven. De grote aanhangers van de REC - voorop de PvdA, maar ook VVD, CDA en HOOP zijn de laatste jaren ietsiepietse kritischer geworden, maar een stellingname dat de REC dicht moet, hebben we nog niet bespeurd. En dat terwijl er juist nu, naast volksgezondheidsoverwegingen een heel goede extra reden is om de REC te sluiten. Volgens ons is hij namelijk bijna afgeschreven, oftewel aan het eind van zijn oorspronkelijk toegezegde levensduur. Dus in plaats van het bedrijf uit te breiden, zoals de bedoeling is van Omrin en provincie, is nu het moment gekomen om hem te sluiten.
Het wordt steeds duidelijker dat de provincie graag even de andere kant op keek als de REC weer eens meer gif uitstootte dan was toegestaan. En als het te gek werd, werden de vergunningen verruimd. Je mag je afvragen wat de provincie gedaan zou hebben als de REC een particulier bedrijf was geweest. Stichting AfvalovenNee eist nu bij de rechter, met ladingen bewijs, dat de REC gesloten wordt. Wij ondersteunen dat. Dat de REC binnenkort economisch is afgeschreven maakt sluiting alleen maar makkelijker.
Er zijn meer zorgkwesties. Veel daarvan zijn door Den Haag bij de gemeenten neergelegd, maar zijn in feite landelijke aangelegenheden. En waren de facto bezuinigingsmaatregelen van verschillende regeringen-Rutte. Gemeenten kunnen de betreffende problematiek veelal helemaal niet aan. Dat geldt net zo goed voor grotere als kleinere gemeenten. Wij zijn dan ook van mening dat de verantwoordelijkheid voor vele zorgzaken, in de eerste plaats de jeugdzorg, terug moet naar landelijk niveau. Ook al om te voorkomen dat er steeds meer verschillen gaan ontstaan op grond van de gemeente waarin je toevallig woont. Onaanvaardbaar.
Het biedt de gemeenten ook meer mogelijkheden om zich te concentreren op de “kleinere” problemen die zich lokaal kunnen voordoen. Preventie, eenzaamheid, mobiliteit en wat zich verder lokaal aandient. Zonder landelijk opgelegde bureaucratie en administratieve lasten.
SPORT
Er zijn de laatste tijd op sportgebied ontwikkelingen in gang gezet. (Meer) samenwerking tussen de sportvereniging en eerste stappen richting betere organisatie van de ruimtelijke indeling van sporten, zeg maar concentratie.
Dat is nodig omdat Harlingen in het niet eens zo verre verleden strategische kansen laten lopen. Vroeg of laat wordt je er dan mee geconfronteerd dat die fouten hersteld moeten worden. We staan voor nieuwe uitdagingen, om er maar eens een moderne dooddoener tegenaan te gooien. We moeten nieuwe strategische keuzes maken, en dan komt het moment in zicht om dat aan te pakken. Dat gaat om grote ingrepen waarvan je niet over een jaar of tien alweer kunt zeggen, dat was niet zo slim. Dat moet dus zeer zorgvuldig, maar tegelijk doortastend, worden aangepakt, na grondig overleg met de hele Harlinger sportwereld.
We zeggen nadrukkelijk “de hele”. Harlingen besteed veel geld en aandacht aan sport, maar het beeld is daarbij toch dat er veel geld naar enkele grote sporten gaat, waarbij “kleinere” sporten er soms bekaaid vanaf komen. Er dient de komende jaren daarom nadrukkelijk aandacht te zijn voor een evenwichtige verdeling van de (financiele) aandacht vanuit de gemeente naar alle sporten. Wij hebben in dat kader in het verleden wel eens gevraagd om een overzicht van de geldstromen naar sportclubs op basis van hun aantal leden.
Dat werd door het college afgewimpeld. Zonder het heilig te verklaren lijkt het ons nog steeds een goede basisvergelijking van sportsubsidies.
De nieuwe gemeenteraad zal de komende jaren beslissingen moeten nemen over concentratie en ruimtelijke inpassing van (met name de grote) sportaccommodaties. Denk voetbal, denk hockey, ijsbaan, Waddenhal. De belastingbetalende burger mag verwachten dat de gemeente streeft, niet alleen naar een goede, maar ook naar een zo efficient mogelijke exploitatie van dergelijke ruimtes, waarbij ook oog is voor de eigen identiteit van de verschillende verenigingen. Daarbij zullen niet altijd gemakkelijke afwegingen gemaakt moeten worden tussen beschikbare ruimte, bereikbaarheid, kosten, synergie, noem maar op. Simpele oplossingen lijken niet voorhanden. Maar het moet wel gebeuren.
Niet alleen clubs vallen onder sport. Ook schoolsport is van belang en allerlei vormen van sport buiten clubverband. Door de ontwikkelingen op dat laatste terrein, bijvoorbeeld wijksportactiviteiten of ouderensport. Het lijkt ons gewenst dat daarvan een duidelijke kosten-baten-analyse wordt gemaakt en deze dan aan de gemeenteraad voor te leggen, bijvoorbeeld bij de komende begroting. Een dergelijke analyse lijkt ook gewenst ten aanzien van deelname aan Sport Fryslan. (zie daarover ook de algemenere opmerkingen bij het hoofdstuk Bestuur).
CULTUUR
Een jaar of wat geleden heeft de cultuuradviescommissie zichzelf gefrustreerd opgeheven. Reden: Het college van B&W (de oprichter van de commissie!) had geen enkele belangstelling voor het werk en de adviezen van de commissie.
Wij zijn van mening dat de commissie heropgericht dient te worden, ditmaal onder verantwoordelijkheid van de Gemeenteraad.
Ook jaren geleden hebben we als Raad een inloopavond gehad in de Waddenhal voor de Harlinger sportverenigingen. Om te horen waar ze mee zaten, waar ze tegenaan liepen, welke wensen ze hadden enz. Het lijkt ons goed om een dergelijke avond ook te organiseren voor de culturele wereld van Harlingen. Het college gaat wel prat op wat er allemaal georganiseerd wordt in Harlingen, maar de vraag mag gesteld worden of dat de verdienste van de gemeente is en of de gemeente niet meer kan doen om de cultuur te bevorderen en te faciliteren.
Onlangs was er een zogenaamde Tienskipdag in Miluk om jongeren meer bij de politiek en de gemeente te betrekken. Daar lag ook weer de aloude verzuchting op tafel dat er in Harlingen te weinig te doen is voor jongeren, zeg tussen de 12 en 20 jaar. Zo’n dag heeft weinig nut als er geen follow up aan gegeven wordt. Het is de vraag of die dan weer van een bovengemeentelijke organisatie moet komen. Anderzijds nemen we aan dat daar nodige expertise aanwezig is.
ONDERWIJS
Er gaat in Nederland steeds meer geld naar onderwijs. An sich is dat niet erg, want onderwijs is de toekomst. Toch is er iets vreemds mee aan de hand. Er komen nl. steeds minder kinderen, dus dan is het logisch dat je ook minder geld nodig hebt voor onderwijs. En nog veel erger: de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs gaat achteruit. In internationale rankings staan wij steeds lager geklasseerd. Kortom, er mag wel eens scherper naar de combinatie onderwijs en geld gekeken worden. Dat speelt overigens op vele terreinen: meer geld betekent niet automatisch betere kwaliteit.
Dat gezegd hebbende is het zo dat de gemeente niet over de kwaliteit van het onderwijs gaat. Toch speelt het bovenstaande deels ook bij gemeenten. Wij zijn namelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van het onderwijs. Maar als er steeds minder leerlingen zijn heb je ook minder huisvesting nodig. Daar kun je van alles van vinden en het zou zeker goed zijn voor Nederland als de geboortecijfers omhoog zouden gaan, maar feiten zijn feiten. Op dit moment reserveert de gemeente elk jaar een groot bedrag voor toekomstige onderwijshuisvesting. Dat leidt dus tot grote reserves die je nergens anders voor kunt gebruiken. Dit onderwerp vereist grote zorgvuldigheid, maar het lijkt ons gewenst de komende jaren die reserveringen eens scherp tegen het licht te houden gezien de dalende leerlingenaantallen. Misschien is een deel van het gereserveerde of nog te reserveren geld elders wel dringender nodig.
BESTUUR EN BURGERIJ
Klinkt misschien een beetje saai, bureaucratisch zelfs. Maar pas op, dit gaat om veel geld en ook om uw betrokkenheid als burger bij de overheid. Bijvoorbeeld om de vraag hoe u buiten de verkiezingen om meer mee kunt denken en praten met de gemeente. En dan zonder dat u, zoals vaak gebeurt, achteraf het idee heeft dat u, onder de noemer participatie, blij gemaakt bent met een dooie mus. Een direct en makkelijk in te voeren mogelijkheid is het plaatsen van een ideeenbus op de homepage van de gemeentesite, onder verantwoordelijkheid van de Gemeenteraad.
De bevoegdhedenverdeling tussen het college van B&W en de Gemeenteraad is een geregeld, maar oppervlakkig, terugkerend thema in de Raad. Daar dient serieuzer aandacht voor te zijn. Het is niet zo en kan niet zo zijn dat het college bepaalt waar de bevoegdheden van de Raad stoppen. De Raad is wettelijk het hoogste orgaan van de gemeente, niet het college. Behoudens duidelijke wettelijke bepalingen bepaalt de Raad dus welke bevoegdheden zij heeft en welke bij het college liggen.
Als de Raad bevoegdheden overdraagt aan het college wordt alleen al daardoor duidelijk dat het om een Raadsbevoegdheid gaat. Aan die overdracht kunnen dus beperkingen gesteld worden en hij kan ook weer door de Raad teruggedraaid worden. In ieder geval dient nadrukkelijk vastgelegd te worden dat, hoe en wanneer het college verantwoording aflegt aan de Raad over de uitvoering van overgedragen bevoegdheden.
Politie die af en toe in een auto een rondje rijdt door dorp of wijk lijkt ons een zinloze wijze van veiligheid brengen. We vragen ons dan ook af waarom de boa’s deels op dezelfde manier gaan opereren. Bovendien zijn fietsen goedkoper dan auto’s. Daarnaast: als de boa’s, die worden betaald door de gemeente, steeds meer taken van de politie, betaald door de regering, gaan overnemen dan lijkt het ons logisch en redelijk dat eventuele boetes van boa-bekeuringen in de gemeentekas vloeien en niet in de portemonnee van het ministerie van financien terechtkomen.
Het lijkt ons gewenst onderzoek te doen naar nut en noodzaak van alle boven- en buitengemeentelijke clubs en organisaties waar de gemeente aan deelneemt en meebetaalt. Als nut en noodzaak zijn vastgesteld dient vervolgens bekeken te worden hoe de Gemeenteraad als controlerend orgaan meer grip kan krijgen op dergelijke organisaties.